ECLI:NL:HR:2026:1442, Hoge Raad, 15-09-2026, 26/01641

Hoge Raad · 15 september 2026

Bron
Hoge Raad
Datum
15 september 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1442

Samenvatting (officiële bron)

Executie-uitlevering opgeëiste persoon (Braziliaanse nationaliteit) naar Brazilië t.z.v. drugshandel. 1. Ongenoegzaamheid van stukken t.a.v. ter zitting aan verdediging verstrekte wettelijke bepalingen, art. 18.3.c Uitleveringswet en art. 12.2 EUV. 2. Beroep op voltooide flagrante schending van art. 6.1 EVRM. Kon Rb oordelen dat geen sprake is van voltooide schending van art. 6 EVRM op de grond dat opgeëiste persoon vanwege lopend herzieningsverzoek nog niet alle nationale rechtsmiddelen heeft uitgeput? 3. Beroep op voltooide schending van art. 3 EVRM. Kon Rb oordelen dat o.b.v. zich in dossier bevindende stukken niet is komen vast te staan dat sprake is van voltooide schending van art. 3 EVRM? HR: art. 81.1 RO.

Volledige tekst van de uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer

26/01641 U

Datum

15 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 april 2026, nummers RK 027568-25 en 000170-26, op het verzoek van de Federale Republiek Brazilië tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de opgeëiste persoon.

1

Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben de advocaten W.R. Jonk en A.C.M. van Dijk bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2

Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3

Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2026

.

De samenvatting en tekst komen ongewijzigd uit de officiële bron. Advocaatcassatie.nl voegt geen eigen inhoudelijke analyse toe.

Bekijk de volledige uitspraak